Ondernemers die (gedeeltelijk) btw-vrijgestelde activiteiten verrichten, zoals in de kinderopvang, hebben te maken met een verhoogde btw-druk wanneer nieuwbouw wordt gerealiseerd. De integratieheffing is ‘de boze wolf’ in dit verhaal.
Integratieheffing
De integratieheffing is heffing van btw op (onroerende) goederen die nieuw ‘in eigen huis’ worden vervaardigd. Deze heffing doet zich voor bij ondernemers die (deels) btw-vrijgestelde prestaties verrichten en die dus geen of een beperkt recht op aftrek van btw op kosten en investeringen hebben.
Met de integratieheffing wordt geregeld dat de btw-heffing op ‘in eigen huis’ gemaakte nieuwe investeringsgoederen gelijk is aan de btw-heffing op investeringsgoederen die een niet btw-belaste ondernemer kant-en-klaar aanschaft. Immers, wanneer deze ondernemer bijvoorbeeld een nieuwbouwpand kant-en-klaar aanschaft, kan de btw op dit pand niet (volledig) in aftrek worden gebracht. Zonder de integratieheffing zou het dus ‘lonen’ om een investeringsgoed, met eigen personeel en op eigen grond, zelf te vervaardigen.
Een vereenvoudigd rekenvoorbeeld:
Een instelling voor kinderopvang heeft een stuk grond in eigendom ter waarde van € 100.000. Vervolgens laat de kinderopvanginstelling hier een nieuwbouwpand op realiseren, dat voor btw-vrijgestelde kinderopvang wordt gebruikt. De bouwkosten bedragen € 500.000 exclusief btw. De btw op deze kosten bedraagt € 95.000 (19% x € 500.000).
Op grond van de wet mag u de btw op de bouwkosten gedurende de bouw in aftrek brengen. In de praktijk zal dat dus betekenen dat een volledig vrijgestelde kinderopvanginstelling btw terugkrijgt! De integratieheffing vindt plaats, op het moment dat het pand in gebruik wordt genomen. Er is dan btw verschuldigd over € 600.000 (bouwkosten verhoogd met waarde grond), namelijk € 114.000. Daarmee wordt de btw-druk dus gelijk getrokken met de kinderopvanginstelling die een nieuwbouwpand, inclusief grond, voor € 600.000 verhoogd met € 114.000, aan btw koopt.
De btw die direct toerekenbaar is aan de bouw (bouwnota’s, materialen, etc.) kan direct in aftrek worden gebracht in de periodieke btw-aangifte. Nu de integratieheffing over dat deel van de voortbrengingskosten plaatsvindt op het moment van ingebruikname van het pand, levert dat een rentevoordeel op. Dat betekent voor volledig btw-vrijgestelde instellingen van kinderopvang dat er btw-aangiften moeten worden aangevraagd. Doe dat tijdig, zodat de btw van de eerste nota’s onmiddellijk kunnen worden afgetrokken.
Ook een ingrijpende verbouwing kan leiden tot een integratieheffing. Bijvoorbeeld wanneer de functie van het gebouw wijzigt of als de uiterlijke verschijning is veranderd. Tevens kunnen relatief hoge verbouwingskosten ten opzichte van de waarde van het pand ook zorgen dat er sprake is van een ingrijpende verbouwing. Een ingrijpende verbouwing wordt gelijkgesteld met een nieuw vervaardigd pand. Of een ingrijpende verbouwing tot een integratieheffing leidt is afhankelijk van uw situatie. Wij adviseren u om in deze situaties contact op te nemen met uw belastingadviseur.
Voor wie geldt de integratieheffing?
De integratieheffing geldt voor alle ondernemers die (gedeeltelijk) btw-vrijgestelde prestaties verrichten. Verricht u kinderopvangactiviteiten, dan behoort u ook tot deze groep.
Systematiek integratieheffing
De maatstaf van integratieheffing is in beginsel de prijs die ‘in de markt’ moet worden betaald voor soortgelijke goederen. Is er in de markt sprake van een vergelijkbaar goed, dan is men btw verschuldigd over de aanschafprijs van het vergelijkbare goed. Bij onroerende goederen is een dergelijk vergelijkbaar goed doorgaans niet voor handen. De btw wordt dan geheven over de kostprijs van het goed, de zogenaamde voortbrengingskosten. Dit zijn de kosten die u maakt om het goed te (laten) vervaardigen, zoals de geactualiseerde kostprijs van de grond, (inclusief eventueel betaalde overdrachtsbelasting), bouwleges, sloopkosten, aanneemtermijnen en eventueel eigen personeelskosten betrokken bij de bouw. De verschuldigde integratie-btw wordt in de btw-aangifte voldaan over de totale voortbrengingskosten bij eerste ingebruikname van het goed. Indien het opgeleverde pand volledig voor btw-vrijgestelde doeleinden wordt gebruikt, dan blijft het daar bij. Wordt het pand ook voor een deel gebruikt voor btw-belaste doeleinden, dan is de verschuldigde btw over de voortbrengingskosten die toerekenbaar is aan deze btw-belaste gebruikte ruimtes in dezelfde btw aangifte in aftrek te brengen. Met andere woorden, hoe hoger het btw-belaste gebruik van de onroerende zaak, hoe lager het financiële effect van de integratieheffing.
Huidige wetgeving in overeenstemming met Europese regelgeving?
Uit de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 26 juni 2009 (hierna: Hof) blijkt dat de Nederlandse integratieheffing te ruim is geformuleerd.
Volgens het Hof is de integratieheffing niet van toepassing wanneer de onder¬nemer niet zelf het goed vervaardigt, maar dat laat vervaardigen onder ter beschikking stellen van stoffen, waaronder ook grond. Wanneer men de redenering van het Hof volgt, dan hoeft over de al in het bezit zijnde grond geen btw te worden afgedragen, zodat de btw-druk in het voorbeeld slechts € 95.000 bedraagt. De btw op de nota’s zijn als gevolg van de redenering van het Hof niet meer verrekenbaar.
De staatssecretaris is tegen deze uitspraak in cassatie gegaan, zodat ook de Hoge Raad zich moet buigen over de kwestie. Wellicht dat de Hoge Raad nog advies inwint bij het Europese Hof van Justitie. Met andere woorden, voorlopig is niet bekend of de uitspraak van het Hof standhoudt. Vooralsnog blijft de huidige Nederlandse wettelijke regeling van kracht.
Btw-aftrekrecht
De integratieheffing kan onder voorwaarden ook een positief effect hebben op het btw-aftrekrecht op algemene kosten van uw organisatie. De Hoge Raad heeft in het verleden uitgemaakt dat deze integratieomzet als btw-belaste omzet mocht worden meegenomen in de pro rata btw-aftrek. Of deze rechtspraak op uw situatie van toepassing is hangt af van uw eigen situatie.
Conclusie
Gaat u als kinderopvangorganisatie op korte termijn bouwen (of ingrijpend verbouwen), dan krijgt u te maken met de integratieheffing. Deze integratieheffing heeft tot gevolg dat:
- u over de voortbrengingskosten van de nieuwbouw integratie-btw verschuldigd bent;
- u recht heeft op aftrek van de btw op bouwkosten en dergelijke;
- u btw-aangifte moet doen (voor zover u dat al niet deed).
Moet de grond nog worden gekocht, dan zal het financieel van belang zijn
of de grond in de btw dan wel in de overdrachtsbelasting moet/kan
worden gekocht. Op grond van huidige rechtspraak zijn er afhankelijk van
uw feiten en omstandigheden mogelijkheden om de btw-heffing te
beperken.
Persoonlijk advies
Gezien de complexiteit en grote financiële
belangen rondom onroerend goed, raden wij u aan om u bij voorgenomen
nieuwbouw- of ingrijpende verbouwplannen vooraf goed te laten adviseren.
Omdat toepassing van de integratieheffing formeel (nog) ter discussie
staat, kan het zinvol zijn om ter behoud van uw rechten bezwaar tegen
deze btw-afdracht te maken.
Contact
Heeft u vragen, neem dan gerust contact op met uw contactpersoon.
Rechtstreeks contact opnemen met de Adviesgroep Omzetbelasting via
telefoonnummer (033) 258 03 30 kan natuurlijk ook.
Disclaimer
De in dit memorandum opgenomen informatie is van algemene aard en heeft
geen betrekking op specifieke omstandigheden van een bepaald individu of
een entiteit. Hoewel dit memorandum met de grootst mogelijke
zorgvuldigheid is opgesteld kunnen wij niet garanderen dat de informatie
juist en volledig is en zal blijven. Op basis van dit memorandum dient
geen actie te worden ondernomen zonder professionele advisering op basis
van een grondig onderzoek van de specifiek van toepassing zijnde
situatie.